Uitgangspunten Kadernota
Inleiding
In deze Kadernota 2027 doen wij voorstellen voor financiële uitgangspunten voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2027 - 2030. De uitgangspunten zijn bepaald op basis van de kennis van nu (mei 2026). Tegelijkertijd weten we dat er factoren zijn die deze uitgangspunten beïnvloeden. In het hoofdstuk Financiën noemden we al de toenemende kosten in het sociaal domein en voor het onderhoud van wegen, gebouwen en voorzieningen. En de onzekerheden over de ontwikkeling van de inflatie, netcongestie en stikstofdoelen. We zien een toename van gemeentelijke taken en een vermindering van de rijksmiddelen.
Uitgangspunten algemene uitkering
De financiële vooruitzichten voor gemeenten blijven ook in de periode vanaf 2027 onzeker. Het gemeentefonds wordt vanaf 2026 geconfronteerd met een structurele terugval (het zogenoemde ravijn jaar), ondanks tijdelijke en deels structurele dempingsmaatregelen van het Rijk. De groei van het gemeentefonds is gebaseerd op de aangepaste accressystematiek en volgt de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Het Centraal Planbureau raamt voor 2026 een BBP prijsstijging van circa 2-2,5%, die bepalend is voor het prijsaccres. Definitieve besluitvorming hierover vindt plaats in de Mei circulaire. Hoewel het accres daardoor minder onvoorspelbaar is geworden, blijft sprake van een structurele spanning tussen taken en beschikbare middelen, mede door aanhoudende druk op onder andere de jeugdzorg en eerdere overhevelingen van specifieke uitkeringen naar de algemene uitkering. In deze kadernota is daarom uitgegaan van een voorzichtig financieel perspectief voor 2027 en verder.
Uitgangspunten Kadernota 2027 en meerjarenbegroting 2028-2030
Prijscompensatie
De kosten van derden zijn goederen en diensten die aan de gemeente worden geleverd. Deze zijn ook aan prijsstijgingen onderhevig. Het gaat hier bijvoorbeeld om de kosten van energie, kantoorartikelen, accountantsdiensten, onderhoud aan gebouwen en infrastructuur, schoonmaak en softwarelicenties. Bijstelling van deze budgetten vindt plaats op basis van het percentage dat wordt gepubliceerd door het Centraal Economisch Planbureau (CEP) van januari 2026. Dit percentage bedraagt 2,1% voor 2027.
Volgens het Centraal Economisch Plan (CEP) beweegt de consumentenprijsinflatie (CPI) in de periode richting 2027 geleidelijk richting een lager en stabieler niveau. In het basisscenario komt de CPI in 2027 uit rond 2%, in lijn met de doelstelling van de Europese Centrale Bank.
Tegelijkertijd blijft de inflatieontwikkeling onzeker. Aanhoudende geopolitieke spanningen, waaronder de oorlog in Oekraïne en conflicten in het Midden-Oosten, brengen risico's met zich mee voor de energieprijzen. Bij blijvend hoge of opnieuw stijgende gas- en olieprijzen kan dit leiden tot een hogere energie-inflatie, die doorwerkt in de prijzen van goederen en diensten. In dat geval kan de CPI in 2027 boven het basisscenario uitkomen (circa 2,5-3%).
In de vorige Kadernota is gerekend met een percentage van 3% voor de jaarschijven 2027 en verder. Omdat de inflatieontwikkeling onzeker is, passen wij de raming voor 2027 niet aan. Voor de verdere jaren rekenen we ook met 3%. We volgen de ontwikkelingen en komen zo nodig bij de aanbieding van de begroting 2027 met een voorstel voor aanpassing van het percentage.
Tarieven en belastingen
De opbrengsten voor de gemeentelijke belastingen en rechten verhogen wij met de nationale Consumenten Prijsindex (CPI) van januari 2026 (voor zover er geen sprake is van kostendekkende tarieven en de door het rijk vastgestelde maximum tarieven). Voor 2027 bedraagt het percentage 2,1%.
De tarieven voor de belastingen riolering en afval hangen samen met kostendekkendheid. Voor de jaren na 2027 en verder rekenen we met 3%. De werkelijke stijging van de tarieven zal duidelijk zijn na vaststelling van de begroting in november 2026.
CAO gemeenten
De ontwikkeling van de loonkosten van de gemeenteambtenaren volgt de CAO. Per 1-1-2027 stijgen de salarissen met 1,4%. De huidige CAO loopt af op 31 maart 2027. De onderhandelingen over een nieuwe CAO zijn gaande. In de huidige meerjarenbegroting vanaf 2028 houden we rekening met een loonstijging van 2,5%. We stellen voor dit percentage vooralsnog aan te houden. We houden ook rekening met de ontwikkeling van de werkgeverspremies. Daarover is op dit moment nog niets bekend.
Loonkosten grote subsidiepartijen
Voor de subsidies houden we rekening met een ontwikkeling gelijk aan de ambtelijke salarissen. Deze indexatie vindt plaats bij de verleningsbeschikking voor het subsidie jaar t+1. Het bedrag wordt gereserveerd op de stelpost prijsindex. Op deze wijze kan per subsidie worden afgewogen of een verhoging nodig is.
Verbonden partijen
De bijdragen worden geraamd op basis van de Kadernota's van de verbonden partijen. Het betreft de Veiligheidsregio IJsselland, de GGD IJsseland (incl. RSJ), de Omgevingsdienst IJsselland en het shared service centrum (SSC) Ons.
WMO en jeugd
Voor de tarieven binnen de WMO en jeugd hanteren we een afwijkende indexering. Wij gaan hier vooralsnog uit van de voorlopige cijfers van de NZA (Nederlandse Zorg Autoriteit). Voor beide sectoren geldt dat er een koppeling is met een landelijk berekende prijscompensatie, de zogenaamde OVA. Als de OVA-cijfers bekend zijn, verwerken wij deze in de begroting 2027-2030. Vooralsnog is gerekend met 3%.
De raming van de uitgaven voor Wmo en Jeugdwet hebben we gebaseerd op de werkelijk uitgaven in 2024. Landelijk wordt een groei van de zorgvraag verwacht. Deze groei varieert van 5% tot 7,5%. In de ramingen hebben we deze groei (nog) niet opgenomen. Er is dus een risico dat we op een later moment de raming moeten verhogen.
Onvoorzien
Voor de post onvoorzien wordt gerekend met € 2 per inwoner (= afgerond € 56.000) .
Afschrijvingen
De afschrijving van de vaste activa vindt lineair plaats. Voor het afschrijven van de vaste activa hanteren we de afschrijvingstermijnen uit de verordening financieel beleid, beheer en organisatie 2025. De afschrijvingen starten in het jaar na ingebruikname. Op gronden en terreinen schrijven we niet af. Investeringen lager dan € 10.000 en/of met een kapitaallast kleiner dan € 1.000 nemen we rechtstreeks in de exploitatie op, uitgezonderd de jaarlijkse vervanging van kleinere auto's die samen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.
Rente
Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2027-2030 bepalen we het renteomslag percentage.
Samenvatting uitgangspunten
- Loonontwikkeling: We houden rekening met cao tot en met 31 maart 2027. Per 1 januari 2027 stijgen salarissen conform cao nog met € 1,6%. We rekenen echter wel met een totale loonstijging van 2,5% per jaar vanaf 2027.
- Subsidies gesubsidieerde instellingen: 2027-2030: volgen de loonontwikkeling van de CAO gemeenten (2,5%).
- Tarieven WMO en Jeugd: 2027-2030: 3% (we wachten op bekendmaking definitieve percentages)
- Kosten van derden (CEP januari 2026): 2027-2030: 3%
- Verbonden partijen: conform opgave verbonden partij (indien geen opgave dan 3%)
- Gemeentelijke belastingen 2027 (CBS-CPI januari 2026): 3%. Voor de jaren 2028 en verder 3%
- Gemeentelijke heffingen en leges 2027 (maar niet meer dan kostendekkend): 3%. Voor de jaren 2028 en verder 3%.
